“Heb jij de sleutel?”
“Natuurlijk niet! Hoe zou ik aan de sleutel komen?”
“Weetikveel. Wie heeft de sleutel?”
Vier jaar lang heb ik hem niet gesproken en nu zit ik ineens met Julian en vier andere mensen in een kroeg opgesloten. En niemand heeft de sleutel of weet hoe en waarom de deur op slot is gedraaid. Natuurlijk hebben we er al over gedacht om een van de barkrukken door de ruiten te gooien, maar die rigoreuze oplossing hebben we unaniem tot allerlaatste uitweg gekozen. Voor je het weet heb je een proces-verbaal voor vandalisme aan je broek hangen.
Tot twee uur geleden was er nog een barman aanwezig, een barman die ongetwijfeld een sleutel in zijn bezit heeft, maar hij is plotseling verdwenen. Niemand in de kroeg heeft het opgemerkt dat hij weg is gegaan en de deur op slot heeft gedraaid alsof hij het wel welletjes vond voor vanavond en de tent heeft gesloten. Ondanks het zestal gasten binnen. Dat het een rare snuiter was vonden we al toen hij ons nors meedeelde dat hij geen wijn schonk vanavond maar alleen maar bier. Maar dat deze absurd principiele man ons zomaar achter zou laten konden we natuurlijk niet aan zien komen.
Julian lijkt het allemaal nogal komisch te vinden en noemt het een interventie van de kosmos. Dat vond ik vroeger altijd benijdenswaardig aan hem; zijn ongekende vermogen om alles, maar dan ook alles, als de schuld van iemand – of iets – anders te zien. Totaal geen verantwoordelijkheid nemen en daardoor ook nooit voor de consequenties op draaien. Nu vind ik dat niet meer. Maar ik denk dat ik inmiddels alles wat ik ooit leuk aan hem vond irritant ben gaan vinden. Als afweermechanisme.
“Wat nou kosmos! Lul niet met je kosmos!”
“We hebben nog dingen uit te praten… en we kunnen nu nergens heen.”
“Ik heb geen dingen uit te praten met je! Ik bedoel; ik HEB ze wel, maar ik WIL het niet! Wat ik WIL is hieruit komen!”
“Je wil het niet? Waarom ben je dan hier?”
“Ik…”
Weet het niet. Hij belde, noemde plaats en tijd, en tegen mijn eigen wil in ben ik op komen draven. Die macht heeft hij blijkbaar nog over mij.
“Uhm… mensen…” onderbreekt een meisje van onze leeftijd, dat de hele avond in een hoekje van de kroeg verveeld met een jongen heeft zitten praten, onze woordenwisseling, “misschien kan iemand me even komen helpen?”
De jongen met wie ze heeft zitten praten staat zuchtend op. De twee meisjes aan de bar, die sinds we opgesloten zijn alleen maar giechelend aan de tap hebben gehangen, blijven zitten. Julian en ik lopen richting het verveelde meisje.
“Misschien zit er wat achter deze deur,” zegt ze.
“Lijkt mij een voorraadkast,” antwoord Julian sarcastisch.
“Misschien zit er een kruipruimte ofzoiets achter, maar ik krijg ‘m niet open.”
Met z’n vieren wrikken en trekken we aan de deur tot deze een klein beetje meegeeft. Een luid kabaal klinkt vanachter de deur die door het beetje speling dat we ‘m hebben gegeven openzwaait. Met een plof valt er een lichaam voor ons op de grond. Het meisje gilt en Julian, de jongen en ik kijken elkaar verbaasd en geschrokken aan.
Ha, leuk. zal je blog in de gaten houden. (want ik wil weten hoe dit afloopt of verder gaat)
By: Mattt on maart 11, 2008
at 12:31 pm