TIJGER

De wedstrijd: De Grote Rotterdamse Verhalenwedstrijd 2009

De uitslag: één van de achttien genomineerden, niet bij de beste drie.

De opdracht: thema “De Literaire Zoo”.

TIJGER

Niet dat ik depressief ben ofzo, ik bedoel, mij zul je niet zo snel horen zeggen dat het leven geen zin heeft of hardop horen afvragen wat ik hier toch in jezusnaam doe. En mijn laatste zucht is ook al een jaartje of vier geleden. Maar aan de andere kant lacht het leven mij ook niet echt hardop toe, geen baan, geen vriendin, geen ouders, geen eigen huis en al helemaal geen toekomst. Da’s nog wel het ergste, ik heb geen toekomst. Dan heb ik het niet over dat negatieve gewauwel over geen toekomst hebben maar over het feit dat je met zekerheid kunt zeggen er geen te hebben.

Om te bewijzen dat ik niet depressief ben moet ik misschien maar vertellen dat ik een doel heb gevonden in mijn leven.

“Mag ik je misschien een verhaal vertellen?”
“Huh?”
“Laat ik me eerst even voorstellen, mijn naam is Kristel en ik druk mensen met hun neuzen op de feiten.”
“Welke mensen? Welke neuzen? Welke feiten?”
“Dus je hebt tijd?”
“Ja.”
Direct duwt Kristel mij een stapel foto’s in mijn handen, het zijn allemaal wazige zwart-wit foto’s van pinguïns? leeuwen? apen? tijgers?
“Wat zijn dit voor foto’s?”
“Dit,” Kristel gaat steeds harder praten, alsof ze in het theater staat, “zijn foto’s uit dierentuinen in het Oostblok, de dieren daar leven onder erbarmelijke omstandigheden.”
“Net zoals de mensen daar dus?” probeer ik haar geratel te onderbreken.
“Maar dan erger! Hier neem deze pinguïns, die krijgen restjes beschimmeld brood te eten omdat er geen vis is, beschimmeld brood!”
“Tsjjj”
“En deze apen, die eten hun eigen uitwerpselen op!”
“Dat doen apen toch sowieso?”
“Maar deze apen eten niets anders!”
“Waar wil je heen?”
“En deze tijger!”
Mijn aandacht vermindert en ik kijk amper nog naar de foto’s.
“Kijk nou eens!”
Om haar een plezier te doen kijk ik naar de foto. Godallemachtig! Ik ben werkelijk geschokt. Ik voel een emotie. Volgens mij heb ik dat al vijfendertig maanden niet gedaan.

En nu zit ik in de trein met Kristel, zwijgend tegenover elkaar en – zoals het hoort als je in de trein zit op weg naar het bereiken van hét doel in je leven – peinzend uit het raam te staren. Zo nu en dan dwaalt mijn blik van het raam naar de foto op mijn schoot. De uitgemergelde tijger ligt op een rots te slapen. Het verblijf is verder alleen aangekleed met een plasje water. Bij het plasje water ligt een hoopje ‘iets’. Kristel heeft me verteld dat het ‘iets’ de overblijfselen van het vrouwtje en de twee welpjes is, opgegeten door pappa. Het was vooral het ‘iets’ dat mij zo schokte. Het ‘iets’ kwam me namelijk bekend voor. In mijn dromen zag ik mijn ouders ook als zo’n hoopje in hun kist liggen. Hoewel we twee lege kisten in de grond hebben gestopt omdat mijn ouders op de bodem van de zee een hoopje ‘iets’ zijn.

“Waar denk je aan?” Kristel legt haar hand op mijn knie.
“Niets bijzonders, deze tijger denk ik.”
“Het is verschrikkelijk. Die blik in zijn ogen. Triest.”
“Zeker.”
“En dan dat hoopje….”
” ‘iets’ ”
” ‘iets’, ja. Dat is de juiste bewoording. Ook afschuwelijk.”
“Ja, daar liggen dan in een hoekje van je hok je ouders weg te rotten.”
“Het waren zijn vrouw en kinderen.”
“Huh?”
“Niet zijn ouders. Je zei…”
“Nee hoor. Ik weet dat het mijn ouders niet zijn.”

Mijn sympathie gaat uit naar hoopjes ‘iets’ overal ter wereld. Want -zonder dat we er iedere dag aan denken- de aarde ligt vol met hoopjes ‘iets’ die ooit iemands echtgenoot, broer, nicht, leraar, welpjes, buurvrouw of ouders waren.

De trein stopt, ik wil opstaan maar Kristel blijft zitten.
“Moeten we er niet uit?”
“We gaan morgen pas naar de dierentuin, die is nu al dicht.”
“Waar slapen we dan?”
“Deze trein gaat zo de remise in.”
“…”
“We slapen hier.”

Ik wil het er niet te dik boven op leggen, maar zo liggend in een trein moet ik wéér aan mijn ouders denken (zo denk je vijf jaar niet aan ze, zo vier keer op één dag!). Zij lagen immers ook in een voertuig te slapen… oké, het was in hun geval een vliegend vliegtuig en niet een stilstaande trein, maar toch. Het principe is hetzelfde.

Vlak voordat ik eindelijk in slaap val kijk ik nog één keer naar de foto. Ik kijk naar de ribben van het beest. Hij heeft vast honger.

De volgende ochtend pakken we onze rugzakken en vertrekken richting de dierentuin. Eindelijk. Het lijkt wel of alles die dag bijzonderder is. Heftiger. Je hoort wel eens van mensen die een bijna-dood-ervaring hebben gehad, of die ernstig ziek zijn, of die op het punt staan een mes in hun halsslagader te steken dat alles er op zo’n moment mooier uitzag. Fellere kleuren, lekkerdere geuren, mooier weer, zalige muziek in je oren.

De kaartjesverkoopster schrikt zich te pletter als we een kaartje willen kopen. Ze knippert een paar keer met haar ogen, blaast het stof van de kassa, scheurt twee kaartjes af en rekent ons het tienvoudige van de normale prijs alsof daar in één klap de dierentuin mee gered is.

Zonder op alle andere zielige diertjes te letten volg ik direct de borden naar de tijgers. Kristel verlies ik uit het oog…

Daar ligt-ie… pappa tijger. En daar ligt mamma-hoopje-iets en de welpjes-hoopjes spelen samen in de tuin. De tijger kijkt me net zo verbaasd aan als de kaartjesverkoopster. Een minuut kijken we naar elkaar. Hij staat langzaam op en sjokt naar voren in zijn verblijf. Ik kijk over de reling, enkele meters onder me staat hij me aan te staren. Pap, Mam, ik ga een tijger redden. Hij heeft honger. Ik spring.

Als er meerdere bezoekers waren geweest hadden ze geschrokken toegekeken, hun hoofden afgewend en hun kinderen van het tijgerhok weggetrokken. Maar ja, als er meerdere bezoekers waren geweest had ik dit nooit hoeven doen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s