DERTIG

DERTIG

Het is behoorlijk lastig om het gevoel van totale verbijstering in woorden uit te drukken. Misschien wel onmogelijk. Wanneer iemand – zoals ik nu – volledig van de kaart is gebracht, door een gebeurtenis, een aanblik of een persoon, stoppen de hersenen met het vermogen om volzinnen te maken. Zelfs een enkel woord is dan al te veel gevraagd. Je denkt in klanken. Klanken met W’s en A’s en H’s en O’s. Wo… of Wow. Of Wa. Ho. Of waw en ow, want de W aan het einde maakt het af tot een naar adem snakkend geheel. Whoaw is wat mij betreft perfect. Het woord dat ik voor me zie in dit soort overrompelende situaties. De W die wil zeggen, “Wat is dat” maar stokt in je keel. De H als een bijna onmogelijke ademstoot. De OA als combinatie omdat je hersenen niet meer kunnen kiezen welke klinker ze gepaster vinden op dat moment en de laatste W als overgave aan de wetenschap dat je je – voorlopig althans – niet meer kunt herpakken tot de weldenkende persoon die je dacht te zijn. En hoopt weer te worden.

Whoaw, zie ik in dikke, blauwgeschilderde letters voor mijn ogen. Kijken is het enige dat ik nog kan. Kijken naar het kunstwerk dat hier voor mij staat. “Wie is het?”, een gedachte die op het moment dat de bel ging nog helder in mijn hoofd klonk, doet er niet meer toe. “Waarom is hij hier?”, wat ik mij afvroeg toen ik door het kijkgaatje in mijn deur zijn achterhoofd zag omdat hij zich had omgedraaid om de nieuwsgierige buurvrouw gedag te zeggen, is niet meer aan de orde.

Langzaam begint mijn hoofd weer de overhand te krijgen. Een klein deeltje van mijn hersenen weet een signaal naar mijn mond te sturen. Ik stamel – zonder mijn aanvankelijke vragen te stellen – of ik zijn jas kan aannemen. Hoewel het meer klinkt als “Knkjejanmen?”. Hij trekt zijn jas uit, hij draagt geen trui, of overhemd, of T-Shirt, of een spencer van mijn part. Zijn bovenlijf is ontbloot en ik wil vragen waarom. In plaats daarvan zie ik de letters nog een keer. Nog vetter. Nog blauwer. Een nog scherper WHOAW…

*

“Seks is ook niet alles,” zegt Lars, maar zijn lichte glimlach en de twinkeling in zijn ogen bij het uitspreken van het woord seks zeggen me genoeg.
“Dat is lief dat je dat zegt…”
“Ik zeg het niet om je beter te laten voelen. Of zekerder. Het is de waarheid; seks is overschat.” Weer de glimlach. Weer de twinkeling. “Ik ben natuurlijk ook geen expert…” Een beetje somberheid komt over zijn gezicht.
“Maar meer dan ik. Daar zijn we het nu wel over eens.”
“…ik ben geen Casanova. “ Teleurstelling.
Ik wil het gesprek stoppen. Ieder woord – hoe goedbedoeld ook – doet pijn.

*

Zijn bovenlichaam is perfect. Met zijn jas aan was ik al van slag door deze jongen, maar nu lijk ik helemaal niet meer te kunnen denken, ik zwabber even op mijn benen en voel me alsof ik ga huilen. In mijn hoofd wordt een strijd geleverd om dit lijf te omschrijven. Maar het verstand verliest. Het lukt me niet om vat te krijgen op de schoonheid van zijn borst, de prachtige navel in de goddelijke buik of de ideaal gevormde bovenarmen. Concentreren op zijn ogen heeft ook geen zin, want die kijken helder naar me terug. De sproeten op zijn gezicht, de rossige bos krullen, de witte tanden en de kuiltjes in zijn wangen. Alles aan deze jongen is perfect. Alsof iemand mijn wensenlijstje heeft genomen en de ideale man voor me heeft gemaakt. Vol afwachting en plezier om het effect dat hij heeft op mij, staart hij me aan. Glimlachend staat hij perfect te zijn in mijn gang. Zijn schoenen liggen naast zijn blote voeten. “Hoe heeft hij dat voor elkaar gekregen?”, mijn gedachtestroom komt weer langzaam op gang. Nog een paar minuutjes, niet naar hem kijken, en ik kan weer praten. Of in ieder geval klanken voortbrengen.

*

Het is nog geen vijf minuten nadat ik mijn grootste geheim ooit ooit aan iemand heb verteld. Twee keer ooit, want mijn geheim is – binnen het web van geheimen dat ik ben – mijn grootste ooit. Maar hij kende alle andere al, ik moest deze wel uit de kast halen om zijn interesse in mij vast te houden. Twee keer ooit, want ik heb het nooit aan iemand verteld. Nooit iemand zo vertrouwd om überhaupt in de buurt te komen van dit onderwerp en tegelijkertijd nooit zo bang geweest om iemands interesse kwijt te raken.

Vijf minuten geleden. Ooit. Ooit. En hij probeert me gerust te stellen. Mijn probleem te bagatelliseren, maar dan op een lieve, troostende manier. Maar ik hoor zijn woorden niet, of liever gezegd; ze dringen niet tot mij door. Ik zie alleen maar zijn lichaamshouding. Zijn borst die iets verder naar voren gaat, zijn schouders die hij rechter zet, zijn opklarende gezicht wanneer hij het heeft over zijn eerste keer. De trots in hem dat het is gebeurd. Is gelukt. Op een leeftijd net iets onder het gemiddelde weet ik uit stomme tienerblaadjes en internetfora.

Dezelfde bronnen waardoor ik weet dat een meisje niet zwanger kan raken wanneer ze in een bad gaat liggen waar daarvoor een man zich heeft afgetrokken. En dat witte bultjes onderaan je eikel geen probleem hoeven te zijn. Ook weet ik daardoor hoe meisjes zichzelf bevredigen en hoe vaak jongens dat gemiddeld doen. En dat ik het gemiddelde ophaal. Ik heb er gelezen dat je niet zwanger kunt raken van pijpen, maar dat wist ik al dankzij mijn gezonde verstand. Het grappigst vond ik het als jongens of meisjes in paniek een brief schreven omdat ze naar de dokter moesten met hun probleem, maar dit niet aan hun ouders durfden te vertellen (de tijd die het duurde om een brief te sturen naar een weekblad en dan te hopen dat ze je ook een antwoord zouden sturen leek mij ook het probleem niet ten goede te komen).

*

Eén keer eerder raakte ik zo van slag van iemands bovenarmen als nu.

“Wil je wat te drinken?” Naar mijn idee komen de woorden er redelijk duidelijk en verstaanbaar uit.
“Wat zeg je?” glimlacht hij.
Herpak je. Adem in… “Wil. Je. Wat. Drinken?”… adem uit.
Hij begint te lachen. Niet doen! Niet doen! Zo kom ik nooit meer terug in mijn veilige vaarwater waar ik mijn onzekerheden kan verhullen en de glansrol spelen die ik mijzelf heb aangeleerd! Niet lachen. Niet glimlachen. Niet staan. Ik ben bang dat het me alleen maar lukt als hij weggaat. En dat wil ik niet. Of wel. Niet.
“Je. Lacht.” Ik sta praktisch te hyperventileren. “W…hoaw!…aarom.” Vraagteken. Laat een vraagteken klinken! “?”.
“Je weet niet hoe ik heet. Wat ik hier doe. Wat ik wil…”
“Wat. Wil. Je.” “?”.
Hij doet het weer. Lachen. Maar ik ben bang dat iedere emotie of zelfs een emotieloos gezicht mij van slag doet raken.
“Drinken? Je hebt gelijk. Drinken. Dan spreken we daarna wel de andere – meer logische – vragen. Doe maar bier.” Hij is duidelijk in het voordeel. Hij heeft zich kunnen voorbereiden. Hij kan zinnen zeggen. Maar ja, er is dan ook geen enkele reden waarom hij net zo van de kaart zou zijn van mij als ik van hem. Geen enkele reden.

*

De eerste keer – drie woorden die ik, in deze combinatie, over het algemeen vermijd – dat ik mijn ogen niet van iemands bovenarmen kon afhouden was afgelopen zomer. Lars en ik hadden elkaar ontmoet in de winter en die dag zaten we op een terras en zag ik hem voor het eerst in een T-shirt met korte mouwen. De mouwen zaten niet strak om zijn bovenarmen heen, zo gespierd waren ze niet, maar de welving van schouder tot op de helft van zijn bovenarmen en de welving die het daarna overnam om de afstand naar zijn elleboog te overbruggen waren overduidelijk aanwezig. Het was een gespierdheid die niet door jarenlang sporten was ontstaan maar door gewoon dagelijks gebruik van de armen. Hij had in een magazijn gewerkt en later in een kroeg. Het tillen van dozen, kratten en fusten had zijn uitwerking gehad. Zijn rechterarm was dan ook net iets beter ontwikkeld dan zijn linker en de lichtverbrande bleke huid maakte het plaatje af. Het duurde zo’n tien minuten tot ik mij weer kon concentreren op het gesprek dat we voerden en pas tegen de avond, toen het wat begon af te koelen en hij een overhemd aantrok, was ik weer volledig geestelijk aanwezig. Nu nog praat ik liever niet met hem als het warm is.

*

Het horen van zijn naam zorgt ervoor dat er ergens in mijn achterhoofd een alarmbelletje gaat rinkelen. Wat was het gesprek ook al weer? Vier maanden geleden? Hij rechtop, schouders naar achteren en borst naar voren. Ik ineengedoken, mijn uiterste best doen om niet in huilen uit te barsten.

Hij drinkt zijn bier rechtstreeks uit het flesje. Ik heb het flesje in mijn hand, maar durf niet te drinken, bang dat ik met mijn trillende handen het bier volledig over me heen gooi.

“Oh! Je moet een ander shirt aan!” zou hij dan zeggen, “Dit gaat plakken. Hier laat me je helpen.” Maar ik zou het zelf doen, alleen. In de slaapkamer. Met de deur dicht. Ik wil niet dat mijn lichaam in het niet valt bij dat van hem.

De korte fantasie doet me trillend mijn flesje op de tafel zetten. Hij neemt nog een flinke slok.
“Lars?” stamel ik.
“Ja.”
“Lars zei je?”
“Juist.”
Wat heeft Lars met deze halfnaakte jongen in mijn kamer te maken?

*

“Heb je het niet koud?” probeer ik hem te verleiden om het vest aan te trekken dat hij naast zich over de stoel heeft liggen.
“Het is nog hartstikke warm! Ik snap niet dat jij er zo met die lange mouwen bij kan zitten.”
“Ik draag nou eenmaal niet graag korte mouwen.”
“Niet graag? Nooit als je het mij vraagt.” Inderdaad. Nooit. Nooit meer.

*

Vlak voordat deze mij onbekende Adonis aanbelde en mijn avond op zijn kop zette, was ik bezig met het schrijven van een mailtje aan Lars en nog geen kwartier later duikt zijn naam weer op.

Lars had mij gevraagd of ik nog plannen had voor mijn verjaardag. Als dit niet het geval was – en hij wist dondersgoed dat dit zo was – dan wilde hij wat bij me komen drinken. Ik wilde hem terugsturen dat ik geen plannen had en dat zo wilde houden. Ik mocht dan de volgende dag dertig worden, maar dat vond ik nog geen reden om verplicht gezellig te gaan zitten doen of de gastheer te gaan spelen. Maar ik kon het mailtje niet afmaken, ik moest plotseling de gastheer spelen voor het mooiste publiek dat ik ooit in levende lijve had gezien.

“Je bent morgen jarig toch?”
Hoe weet hij dat? Heeft Lars hem dat verteld? Heeft hij met Lars gesproken over mijn verjaardag? “Ja.”
“Dertig! De grote 3-0 zoals men dan zegt. Oh oh oh… een mijlpaal!”
Hij weet zelfs dat ik dertig word?! Lars – of wie dan ook – heeft hem verteld dat ik… Oh kut. Kut Kut Kut! Die ene avond. Dubbel ooit. Kut kut kut!

*

Lars heeft mijn verhaal aangehoord en haalt zijn schouders op, “Nou en?! Seks is ook niet alles,” zegt hij voor het eerst die avond met een twinkeling in zijn ogen. “Ik sta ook al… nee, wacht, ik ga niet zeggen droog. Voor mij is het ook alweer een jaar geleden dat ik wat met Fleur had en ik nog regelmatig seks had…”
“Ook?! Hoor je wat je zegt?”
“…sindsdien heb ik het niet meer gedaan.”
Ik word pissig. Hij kan het nog zo goed bedoelen, maar dit helpt niet! “En daarvoor? Behalve met Fleur? Met wie je toch overigens ruim een jaar regelmatig hebt liggen… laat maar. Daarvoor?”
“Je maakt er een te groot punt van! Nou en? Dan is het er voor jou nog niet van gekomen…”
Nog niet van gekomen. Wat een onzinnige opmerking.
“En waarom? Waarom is het er voor mij nog niet van gekomen?”
“Weet ik veel. Gewoon…”
“Oh, gewoon. Voor jou gewoon wel en voor mij gewoon niet. Jij bent godsgruwelijk knap, dus dat is logisch. Maar lelijke mensen hebben ook seks. En ik ben niet eens echt lelijk!”
“Rustig nou maar, je maakt een groot ding van…”
Hou je bek! Geen twinkeling nu. Geen glimlach. Geen verklaring. Die heb ik niet eens zelf.
Ik kalmeer weer een beetje. Tranen staan in mijn ogen. Ik heb al in geen jaren meer gehuild hierom. Dacht dat ik mezelf er bij neer had gelegd. Maar met elk jaar wordt het zwaarder en zwaarder.
“En nu ben ik bijna dertig. Dertig! Vind je het gek dat ik mezelf een loser vind?”
“Ja! Want zo speciaal…”
Ik begin te huilen. Ik word kwaad. Niet omdat hij het nog een keer probeerde te zeggen. Maar dat hij in staat is om het te zeggen. Of het waar is of niet. Of de twinkeling de waarheid is of zijn woorden. Het maakt niet uit. Hij kan de mening hebben, hij is ervaringsdeskundige. Hij heeft het allemaal op normale manieren ontdekt. Hij doet alles volgens het boekje. En ik ben stikjaloers.
“Bijna dertig!” huil ik.

*

Hoer. Gigolo. Schandknaap. Prostituee. Hoe zou hij zichzelf noemen?
“Dat zou ik nou ook weer niet willen zeggen.”
“Maar je bent betaald om hier te zijn. Vanavond. Precies vanavond?”
“Ja.” Hij schaamt zich.
“Ging je het vertellen of had je één of ander lulverhaal bedacht?” Het lukt me ineens weer prima om volzinnen te zeggen.
“Kopje suiker,” fluistert hij.
“Kopje suiker?” Ik stroop mijn mouwen nog iets verder over mijn handen. Ik pak met mijn vingers de bovenkant om ze op hun plek te houden. Alleen zo kan ik zeker zijn. Zeker spelen.
“Ik zou zeggen dat ik hierboven was komen wonen en dat ik suiker nodig had voor iets. Ik had niet eens bedacht waarvoor. En dan zouden we aan de praat raken en zou je me wat te drinken aanbieden en ik zou er zonder bij na te hebben gedacht mijn jas uitgetrokken hebben.”
“Waar je niets onder aan had…”
“Nee, want ik was gewoon thuis en had even snel mijn jas gepakt. En daar zouden we om lachen en dan had jij me iets gegeven om aan te trekken. Dacht ik.”
“Wil je iets om aan te trekken?” Ik bedenk het me nu pas. Maar waarom zou ik aardig doen tegen hem?
“Graag.”
Ik loop naar mijn slaapkamer en pak een overhemd uit de kast en geef het aan hem. “Sorry dat ik daar niet eerder aan dacht. Maar ik was van slag…”
“Het gebeurt niet dagelijks dat er een halfnaakte jongen in je huis staat.”
“…door je lichaam.”
“Dank je.”
“En dan waren we aan de praat geraakt?”
“Misschien zelfs dronken geworden. En dan zouden we seks hebben gehad.”
“Jezus.”
“Maar ik was weer eens zo dom om mijn mond voorbij te praten. Over je verjaardag.” Bijna krijg ik medelijden met hem. Ik met hem!

*

Het idee om iemand te betalen om seks met mij te hebben was al eerder bij mezelf opgekomen, Lars en ik hadden wel vaker dezelfde gedachtegang. Toen heb ik allerlei bureaus op het internet gezocht. Uit diverse menu’s had ik zelfs al een aantal mannen gekozen die ik aantrekkelijk vond en – ik was 25, studeerde nog – binnen mijn budget vielen. Ik zeg menu’s, want daar deden de sites me aan denken; mooie jongens en mannen met een korte omschrijving en een prijs. Giovanni is een passionele lover die alle tijd neemt om JOU te behagen. Op een bedje van sla. Henry is stijlvol, ouderwets galant en stelt zichzelf helemaal in dienst van jou. Afgemaakt met truffelolie. Erik is de boy next door, hij is vriendelijk, luistert naar je en is behulpzaam. Geserveerd met huisgemaakte knoflookmayonaise. Tristan lijkt een stille jongen, maar als hij alleen met je is weet je niet wat je meemaakt! Pepersaus, 50 cent extra. Bob is de baas, maar weinig mensen kunnen hem aan, wat hij wil neemt hij gewoon. Met een coulis van organische frambozen.

De Henry’s en Tristans en zelfs de dominante Bobben maakten me die avond dusdanig opgewonden dat ik op het punt heb gestaan om een bestelling te plaatsen. Mijn keuze was gevallen op Tristan, de stille jongen (waar ik me bij op mijn gemak zou voelen) die me alle hoeken van de kamer kon laten zien, als ik de biografie mocht geloven. Ik was tot aan het scherm om via internet af te rekenen gekomen (wat ik heel prettig vond, aangezien ik me behoorlijk zorgen maakte om het contact afrekenen. Moest dat ervoor of erna? Moest het netjes overhandigd worden of moest ik het in zijn broekzak proppen? Zou ik een bonnetje krijgen? En wat zou ik dan met dat bonnetje doen?) toen ik mij bedacht.

Ik kwam tot een conclusie die ik diep van binnen – natuurlijk! – al lang had getrokken. Het ging niet om de daad an sich. Het maakte niet uit dat een lichaamsdeel van mij in het lichaam van een ander ging. Of andersom. Het deed er niet toe dat ik naakt in bed zou liggen met iemand anders, die met een beetje geluk ook naakt zou zijn. Mijn onzekerheid, mijn lage zelfbeeld, mijn depressieve neigingen, de domme dingen die ik had gedaan hadden helemaal niets te maken met seks. Het ging om liefde. Het ging om iemand die voor mij – en voor mij alleen – zou kiezen. Iemand die uit vrije wil bij me wilde zijn, niet vanwege tweehonderd euro extra op zijn bankrekening. Iemand die me zou knuffelen, zou vastpakken en – ja, natuurlijk ook – seks met me zou hebben. Iemand die tegen me zou zeggen dat het allemaal goed komt. Dat ik de moeite waard ben.

Tristan zou met dat gevoel niet kunnen geven. Al zou ik vier keer de vraagprijs betalen. De twijfel of mijn conclusie de juiste was of dat het een door wijn ingegeven openbaring was kwam nog wel in mij op. Ik keek nog een keer naar de foto’s van Tristan. Werd opgewonden, maar ook bang. Mijn hoofd won weer. Ik klikte op annuleren. Weet u het zeker? Nee. Nogmaals annuleren. Sorry Tristan. Weet u het zeker? Ja.

*

De dertig was voor mij altijd al het eikpunt. Of eindpunt. Toen ik zestien was en nog steeds maagd legde ik de lat bij zeventien. Een jaar later bij achttien en zelfs negentien en twintig waren nog acceptabel genoeg voor me. Pas toen het op mijn eenentwintigste begon te dagen dat het er blijkbaar voorlopig nog niet in zat kwam het getal dertig in mij op. Als het vóór mijn dertigste niet lukt…

Ook deze gedachte, dit geheimpje, flap ik er die avond uit.

*

En ik maar denken dat mijn moeilijkste en meest persoonlijke gesprek met Lars al was geweest die avond dat ik hem vertelde op jongens in het algemeen en hem in het bijzonder te vallen. Die openbaring pakte hij heel makkelijk op, hij zei het niet letterlijk, maar als ik een meisje was geweest of hij homo dan was hij zonder enige twijfel op mij gevallen. Maar hij was een jongen en hetero. Ondanks de afwijzing fietste ik die avond zelfverzekerder dan ooit terug naar huis. Het zou dus in theorie mogelijk zijn dat iemand verliefd op mij kon worden. Misschien lukte het dan toch nog voor mijn dertigste!

Maar de zelfverzekerdheid ebde weg. Lars ging moeilijker doen binnen onze vriendschap. Hij ging meer en meer benadrukken dat hij hetero was. Of het viel mij gewoon meer en meer op. Hij ging de macho uithangen met de andere jongens uit onze vriendengroep. Ging het woord “Gay” vaker gebruiken om iets negatiefs mee aan te duiden. Ging trotser vertellen wanneer hij een sms’je had gehad van een meisje van school of bijna een date had. Hij veranderde onze vriendschap zo dat ik altijd met mijn neus op de feiten gedrukt bleef; hij was hetero. Hij vond me wel aardig, maar er moest altijd een afstand tussen ons zijn als we op de bank zaten, een schouderklopje werd al direct afgestraft met een extra stap tussen ons, met alle jongens die we kenden kon hij grappen maken dat ze elkaar “gemist” hadden en – als de gelegenheid zich voordeed – zogenaamd seks met elkaar hadden, maar niet met mij. Dat moest volledig duidelijk zijn. Van echte onbegrensde vriendschap was geen sprake meer. Er speelde altijd in zijn achterhoofd mee dat ik met hem naar bed wilde, zelfs nog toen dat van mijn kant – na een lange, moeilijke periode om hem te vergeten, in ieder geval als mogelijke liefde – al lang niet meer zo was.

Die avond wilde ik dan ook zo oprecht mogelijk zijn. Alles op tafel om de vriendschap te redden. Alles.

*

Hij knoopt mijn overhemd verder dicht. Ik wou dat het mij zo goed stond. Ik vraag me af of hij zo teleurgesteld is omdat het plan is mislukt en hij mij niet heeft kunnen ‘redden’ of omdat hij nu waarschijnlijk geen geld krijgt. Ik durf het hem niet te vragen, bang hem te beledigen.

“Wil je dat ik weg ga?”
“Weet je wat…”

*

“Maar je bent al bijna dertig!” zegt hij met tranen in zijn ogen, ik word blij dat hij dus toch nog om mij geeft als vriend, zou het hem bijna niet aan willen doen, maar mijn besluit staat vast.

*

“…blijf nog een biertje drinken. Zeg tegen Lars wat je wilt zeggen, misschien krijg je je geld alsnog, maar blijf in ieder geval nog een biertje drinken…”

*

“Dus heb ik nog vier maanden om verandering in mijn situatie te brengen.”
“En zo niet?” Lars´ stem slaat over.

*

“…als dit toch mijn laatste avond is kan ik het maar net zo goed gezellig proberen te maken! Opmerkelijk is hij in ieder geval.”
Hij lacht. Heel zachtjes en gegeneerd. Maar hij lacht.

*

“Zo niet, dan komt de aflopende zaak tot een einde. Mijn besluit is genomen, al negen jaar geleden, dat praat je niet zo snel uit mijn hoofd; als ik op mijn dertigste verjaardag nog steeds maagd ben maak ik er een einde aan.”
Huilend kijkt hij me aan, hij zal me echt missen denk ik…

*

“Je kan veel van die Lars zeggen, ik heb hem maar één keer ontmoet dus ik ken hem totaal niet, maar het was wel lief bedoeld.”
“Dat zeker!”
“En aan je reactie toen je me zag te zien weet hij ook nog wat je leuk vindt.”
“Je leek waarschijnlijk het meest op hem.”
“Misschien is hij toch…”
“Nee, die gedachte heb ik uit mijn hoofd gezet. Het duurde even, maar het is gelukt.”
“Dat bedoelde ik niet, ik wilde zeggen dat hij misschien toch een hele goede vriend is.”
“Dat weet ik wel zeker.”
“Dan heb je in ieder geval één hele goede reden – al is het er maar één – om niet…”
“Nee, mijn besluit staat vast.”
Hij zwijgt en neemt een slok van zijn vierde biertje. Ik durf het flesje ook weer vast te houden. Is het toch nog een leuke avond geworden.
“Kan ik nog wat voor je doen?”
“Ja, maar ik wil niet dat je het uit medelijden doet…”

*

Als hij weg is gloei ik. Ik ga achter mijn computer zitten, wis het halve mailtje naar Lars en schrijf een korte nieuwe.

*

“Weet je het zeker?”
“Ja.”
Het is magisch. Lars’ twinkeling sprak de waarheid.
“En nu?” Hij hijgt nog na en lacht.
“Nu ga jij naar huis. Het is na twaalven. Het was al na twaalven toen we begonnen.”
Hij kleed zich aan, kijkt nog een keer naar mij, “En als ik nou morgen nog een keer kom, en overmorgen, en de dag daarna… Dan doen we net of ik boven je woon en echt een kopje suiker nodig heb.”
“Nee dank je. En tegelijkertijd dank je.”
Hij trekt de slaapkamerdeur achter zich dicht en ik hoor hem weggaan.

*

Ik typ:

Lieve Lars,

Bedankt voor het beste verjaardagscadeau ooit.

Vaarwel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s