Depressie

Het nieuws over Joost Zwagerman en de daaruit voortvloeiende berichtgeving over depressie geeft een dubbel gevoel; aan de ene kant vind ik dat de nadruk nu moet liggen op het verlies van een geliefd mens voor zijn dierbaren en een schrijver voor zijn fans, iemand die een ziekte had en niet een ziekte was. Aan de andere kant is het – blijkbaar – het enige moment dat media interesse en aandacht hebben voor depressie en dat moment moet gegrepen worden.

Vanochtend werd een tweet van Chris Klomp in mijn tijdlijn geretweet die mij heeft doen besluiten om toch iets te schrijven. Het bericht was: “Misschien moeten meer mensen wat opener zijn over depressie. Omdat het iedereen kan overkomen. Fuck het taboe.”

Inderdaad, fuck het taboe, ik ga vertellen over mijn depressie. En laat ik de nadruk leggen op het woord ‘mijn’; ik ben geen expert op het gebied van depressies in het algemeen, enkel van die van mij in het bijzonder. Voor iedereen is het anders. Ik ben er uitgekomen, zoals velen met mij. Anderen niet.

Depressie is weten dat er hele mooie en leuke dingen zijn in het leven maar daar niet van kunnen genieten. Depressie is weten dat je er mag zijn, maar dat niet geloven. Depressie is luisteren naar mensen om je heen, maar geen woord binnen laten komen. Depressie is – zoals ik het heb gevoeld – een blokkade tussen je hoofd en je hart. Het was voor mij een mengeling van zelfhaat, frustratie en strijd. Een strijd waarin ook ik op momenten heb gedacht; dood de tegenstander, wat een hele enge gedachte is als jijzelf die tegenstander bent.

Het genoemde taboe maakt het alleen maar erger. Je gaat ook zelf geloven dat je je aanstelt. Je hebt geen controle meer over je leven terwijl iedereen om je heen dat wel lijkt te hebben en dan voel je je een loser. Je weet dat je alle ingrediënten voor een gelukkig leven in huis hebt, maar je kan het gerecht niet maken. Je gaat je afvragen waarom je dat mislukte leven zou blijven leiden en je gelooft heilig dat als je besluit te stoppen mensen je toch niet zullen missen, eventjes misschien maar dan gaan ook zij verder met hun leven en word jij een vage herinnering.

Dus blijf je maar vrolijk “goed” antwoorden als iemand vraagt hoe het met je gaat, terwijl je van binnen schreeuwt “Kut! Het gaat kut met me. Ik wil een knuffel die dagen duurt. Ik wil huilen, maar kan het niet. Ik wil schreeuwen, maar wil geen mensen laten schrikken. Ik wil liefde voelen. Voelen, ja, want ik wéét dat er liefde is. Ik wil überhaupt voelen. Ik wil kunnen instorten en opgevangen worden. Ik wil niet dat mensen mij laten vallen, ik wil zelf vallen. Ik wil dat een lach niet meer een leeg automatisme is na een grap. Ik wil mezelf weer zijn.”. Maar dat doe je niet, je zegt “goed”. En nog best overtuigend ook, waardoor mensen geloven dat het ook “goed” met je gaat. En dan laten ze je met een gerust hart alleen. Alleen met die vijand die je wil vermoorden.

Ik ging dat patroon vasthouden, als mensen geloven dat het goed met je gaat, dan zal het misschien ook wel goed gaan. Misschien is de buitenwereld-ik de werkelijke ik. De gedachten in mijn hoofd zullen dan vanzelf wel weggaan. Als ik dingen las of zag over depressie dan waren het, in mijn ogen, altijd ergere gevallen. Die mensen moesten hulp hebben, niet ik. Niet beseffend dat depressie in vele vormen voorkomt. En dus drukte ik de gedachten weg, de vijand tegen de muur, de uitgelezen plek voor hem om rare sprongen te gaan maken en harder dan tevoren aan te vallen.

Mijn huishouden verslonsde en mijn rekeningen stapelden zich op, zonder dat iemand dat wist behalve de deurwaarders. De avond voordat ik mijn huis uitgezet zou worden stond de vijand klaar om zijn raarste sprong denkbaar te maken. Ik wist dat ik hem dan niet zou kunnen verslaan, ik moest kiezen; verliezen van hem (of winnen, hoe je het wil zien) of hulptroepen inschakelen. Godzijdank heb ik een helder moment gehad en het laatste gekozen. Ik heb mijn familie en vrienden gebeld en heb toegegeven dat het “toch niet zo goed” met me ging. Het is de ergste avond van mijn leven geworden, maar in ieder geval niet de laatste. Ik heb mensen die mij dierbaar waren verloren omdat ze er niet mee om konden gaan, maar gelukkig heb ik van het merendeel ontdekt (of herontdekt) hoe belangrijk ze voor mij zijn en dat ze voor mij klaarstaan.

De professionele hulp volgde uiteraard snel, dit is een ziekte en die is niet alleen maar op te lossen door familie en vrienden. Ik heb medicatie gekregen en gesprekken gevoerd met een psycholoog. En ik ben er uitgekomen. Ik weet dat die vijand nog ergens in mijn hoofd zit, er waarschijnlijk altijd zal blijven zitten, maar ik weet ook dat ik hem aankan. Maar bovenal; ik heb laten zien dat het niet goed met me kan gaan. Mijn vrienden en familie weten dat en letten op mij. Ze zullen nu sneller door een eventuele nieuwe façade heen prikken. Dus mijn advies aan iedereen – al is het er misschien maar één – die dit leest is: praat er over. Kom uit die donkere kast. Het is geen aanstellerij. Je hebt hulp nodig. Red jezelf door je te laten redden.

Zelfmoord is geen zonde. Het is een stap die ik nooit heb durven zetten en ik kijk niet neer op (of op naar) mensen die dat wel doen. Depressie zal slachtoffers maken, maar laten we er met z’n allen voor zorgen dat het aantal minimaal blijft. Want we hebben die mensen nodig om mee te lachen, om mee te praten, om hun boeken te lezen, om seks mee te hebben, om wandelingen mee te maken, om bij te kunnen uithuilen, om mee te schreeuwen dat het leven soms kut is, om hun films te zien, om ruzie mee te maken, om ons aan te ergeren, om mee te dansen, om liefdesverdriet van te hebben, om hun schilderijen te bekijken en om van te kunnen horen en tegen te kunnen zeggen dat het goed gaat. Maar dan ook echt goed.

 

Advertenties

Een gedachte over “Depressie

  1. Wat een mooi en treffend stuk. Wij hebben een zoon (nu 11 jr.)die met al deze gedachtes worstelt. Of worstelde eigenlijk na veel therapie en medicatie gaat het goed. Zijn problemen zijn begonnen op 9 jarige leeftijd. Heeft geschreeuwd dood te willen heeft de sprong ook geprobeerd te wagen. Naderhand zei hij ik wilde niet dood mama. Ik wilde alleen van al die gevoelens af. Gelukkig is hij heel eerlijk en wanneer het niet zo lekker gaat. Zegt hij het ook. Omdat hij weet dat we er voor hem zijn. Ook wanneer het minder gaat. Dan blijft hij thuis van school en kruipt een hele dag tegen ons aan. En daarna is hij weer de vrolijke eigen ik.( Wessel)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s